Algemene informatie over de Dominicaanse Republiek
Op de grens tussen de Caribische Zee en de Atlantische Oceaan ligt het eiland Hispaniola. Het westelijk deel is het land Haïti. De rest van het eiland heeft een andere naam, de Dominicaanse Republiek en is ongeveer anderhalf keer zo groot als Nederland.
Hispanolia is het meest bergachtige eiland van de Caribische keten. Het grappige is dat het hoogste punt én het laagste punt van diezelfde eilandengroep zich op Hispanolia bevinden. Door dit verschil in hoogte groeien in de republiek veel verschillende soorten bomen, planten en bloemen. En daardoor leven er weer veel verschillende dieren. Vooral in de moeras- en berggebieden leven veel vogels als kolibries, pelikanen, flamingo’s en papegaaien.
Mooie stranden overspoeld door het water van de Oceaan, barnsteenmijnen en de uitvalbasis van Columbus’ontdekking van Amerika zijn ingrediënten voor een aantrekkingskracht van reizigers over de hele wereld en dan hebben we het nog niet eens over de aantrekkelijke weersomstandigheden die er het hele jaar heersen.
De vroegst bekende menselijke sporen zijn van rond 2600 voor Christus. Deze mensen waren voornamelijk nomadische jagers en verzamelaars die stenen werktuigen gebruikten en weinig achterlieten voor archeologen om te onderzoeken. Een tweede groep, de oude Arawarks, kwam rond 250 voor Christus. Deze groep was gemakkelijk te herkennen aan de onderscheidende keramiek die ze achterlieten door het Caribisch gebied. Een derde migratie vanuit Venezuela ging door de gehele Antillen ongeveer 2000 jaar geleden en rond 700 na Christus vestigden ze zich in wat nu de Dominicaanse Republiek is en een aantal omliggende eilanden. De complexe hiërarchische structuur gaf ruimte voor specialisatie in vissen, kunst, godsdienst en landbewerking. Deze mensen noemden zichzelf de TaÃno (vriendelijke mensen) en ongeveer 400.000 mensen van deze groep woonden op Hispanolia toen Columbus arriveerde en op zoek ging naar goud.
Columbus noemde het eiland Hispanolia, wat letterlijk Klein Spanje betekent en kwam het jaar erna met wel duizend kolonisten terug om dit eiland het centrum van het Spaanse keizerrijk te maken. De TaÃno moesten deze droom tot leven laten komen en veel werk verzetten en binnen zes jaar nar de komst van Columbus waren er niet veel TaÃno meer over door de wrede werkomstandigheden en Europese ziektes waar ze niet tegen bestand waren. Veel van de oorspronkelijke cultuur was verdwenen. Het goud verdween snel in Hispanolia en de aandacht ging snel uit naar een nieuwe bron in Mexico. Na piraterij gaf Spanje een derde van het eiland over aan de Fransen in 1697 waar ze later spijt van kregen toen de Fransen het deel van eiland dat nu Haïti heet omtoverden tot ’s wereld rijkste suikerriet producent.
Toen de revolutionaire leider Toussaint l’Ouverture het oostelijke deel van Hispanolia innam en Santo Domingo bevrijdde hij de 40.000 slaven. Een groot deel van de Spaanse elite vluchtte toen naar Puerto Rico en Cuba. Toussaint werd uitendelijk verdreven naar het Franse territorium en Haïti verklaarde onafhankelijkheid in 1804. Toen namen ze het oostelijke deel van het eiland weer in in 1821. Deze keer bleven ze voor 23 jaar en bevrijdden opnieuw de slaven, putten het land uit en brachten de economie tot een stilstand. Een Dominicaanse Nationalitistische beweging vormde zich en verdreef de Haïtianen naar het oosten in 1844. De leider van de belangrijke revolutie was de beruchte Spaanse Juan Pablo Duarte, daarna begroet als de vader van de Dominicaanse Republiek. Diverse mannen en welgestelde families vochten om de controle in de regering, maar in 1865 versloeg de Dominicaanse bevolking de Spaanse troepen zo hard dat de Spanjaarden alle eisen op het land loslieten en de republiek was sindsdien onafhankelijk geworden. De jaren erna waren rommelig en er was niet veel economische vooruitgang in het land. Buurland de Verenigde Staten voorzagen problemen in het Caribisch gebied en 1916 gingen de troepen naarbinnen. Net als de Spanjaarden verloren de Amerikanen hun interesse in het land toen duidelijk werd dat de Duitsers waarschijnlijk het Panama Kanaal niet gingen aanvallen waardoor de Dominicaanse Republiek strategisch minder belangrijk werd. In 1924 vertrokken ze en President Horacio Vásquez kwam. De nieuwe president bouwde wegen en scholen, zorgde voor irrigatieprogramma’s en de economie kwam tot bloei. Legerhoofd Rafael Leonidas Trujillo werd jaloers op al deze macht, die hij niet had en dwong Vásquez om ontslag te nemen. Van 1930-1947 (en indirect tot 1961) ontdeed Trujillo zich van alle democratische formaliteiten en onderdrukking, geweld en moord gingen samen met opbouw, landhervorming en economisch succes. Trujillo’s authoriteit was succesvol. Er kwamen nieuwe verkiezingen waarbij de liberalen, millitairen en rijke families vochten om de troon. De Dominicaanse Republiek bleef haar economie variëren, scholen bouwen en langzaam vooruitgaan ondanks het leiderschap. Voor de huidige president Leonel Fernandez Reyna, een advocaat die in New York opgroeide is het pad vrijgemaakt. Misschien zal hij uiteindelijk de potentie van de wonderbaarlijke land erkennen.